CPTSD, autisme en ADHD: hoe trauma extra impact kan hebben
CPTSD, autisme en ADHD: hoe trauma extra impact kan hebben
Steeds vaker horen we over CPTSD (Complexe Posttraumatische Stressstoornis). Deze diagnose is officieel opgenomen in de ICD-11 van de World Health Organization. CPTSD ontstaat door langdurig of herhaald trauma, bijvoorbeeld in de jeugd.
Maar wat gebeurt er als iemand óók autisme en/of ADHD heeft? Dan kan de invloed van trauma anders en soms heftiger uitpakken. In deze blog leg ik dat op een begrijpelijke manier uit.
Eerst kort: wat is CPTSD?
CPTSD ontstaat na langdurige stress of onveiligheid. Denk aan opgroeien in een instabiel gezin, langdurige afwijzing, pesten of emotionele verwaarlozing.
Mensen met CPTSD hebben vaak:
-
Moeite met emotieregulatie
-
Een negatief zelfbeeld
-
Problemen in relaties
-
Een zenuwstelsel dat continu “aan” staat
Het lichaam en brein blijven als het ware in overlevingsstand.
Wat betekent dit voor iemand met autisme?
Autisme betekent onder andere:
-
Gevoeligheid voor prikkels
-
Behoefte aan voorspelbaarheid
-
Moeite met sociale signalen
-
Intense beleving van emoties
Wanneer iemand met autisme langdurig trauma ervaart, kunnen een paar dingen gebeuren:
1. Overprikkeling wordt chronische stress
Iemand met autisme raakt vaak sneller overprikkeld. Als daar onveiligheid of afwijzing bovenop komt, kan het zenuwstelsel nóg sneller in alarmstand schieten.
Wat eruit kan zien als:
-
Meltdowns die heftiger worden
-
Terugtrekgedrag
-
Extreme vermoeidheid
-
Sociale angst
Soms wordt trauma dan verward met “verergering van autisme”.
2. Maskeren wordt overleven
Veel mensen met autisme leren al jong om zich aan te passen (“maskeren”).
Als er trauma bij komt, kan dat maskeren veranderen in een constante overlevingsstrategie.
Gevolg:
-
Jezelf volledig wegcijferen
-
Niet meer weten wie je écht bent
-
Burn-outklachten
De grens tussen “autisme-eigenschap” en “traumareactie” kan vervagen.
3. Letterlijk denken vergroot schuldgevoel
Mensen met autisme nemen boodschappen vaak letterlijk.
Als een kind bijvoorbeeld herhaaldelijk hoort: “Het ligt aan jou”, kan dat diep en blijvend worden geïnternaliseerd.
Bij CPTSD ontstaat vaak een hardnekkig negatief zelfbeeld.
Bij autisme kan dat nóg dieper vast gaan zitten.
Wat betekent dit voor iemand met ADHD?
ADHD kenmerkt zich onder andere door:
-
Impulsiviteit
-
Moeite met emotieregulatie
-
Snelle overprikkeling
-
Sterke gevoeligheid voor afwijzing
Trauma kan deze kenmerken versterken.
1. Emoties worden nóg intenser
ADHD en CPTSD hebben allebei moeite met emotieregulatie.
Samen kan dat leiden tot:
-
Heftige woede-uitbarstingen
-
Snelle paniek
-
Zichzelf overschreeuwen of juist afsluiten
Het verschil is dat trauma vaak een diep gevoel van onveiligheid toevoegt.
2. Afwijzingsgevoeligheid wordt versterkt
Veel mensen met ADHD kennen “afwijzingsgevoeligheid” (sterk reageren op kritiek of afwijzing).
Als iemand daarnaast langdurig trauma heeft meegemaakt, kan kritiek voelen als een bevestiging van oude pijn.
Niet alleen:
“Ik deed iets fout.”
Maar:
“Ik bén fout.”
3. Impulsiviteit als coping
Bij ADHD is impulsiviteit al aanwezig.
Met trauma kan impulsief gedrag een manier worden om spanning te reguleren:
-
Overmatig werken
-
Geld uitgeven
-
Eetproblemen
-
Middelengebruik
Het gedrag is dan niet alleen ADHD — het is ook een poging om innerlijke stress te dempen.
Waarom wordt dit vaak gemist?
Omdat de klachten op elkaar lijken.
-
Overprikkeling → autisme of trauma?
-
Emotionele uitbarstingen → ADHD of trauma?
-
Terugtrekken → sociale moeite of onveiligheid?
Zonder traumabewuste kijk kan men denken:
“Dit hoort gewoon bij autisme/ADHD.”
Terwijl er onderliggend oude pijn zit.
Het zenuwstelsel: de gedeelde factor
Zowel autisme, ADHD als CPTSD hebben te maken met een gevoelig zenuwstelsel.
Bij trauma staat het systeem chronisch in:
-
Vechten
-
Vluchten
-
Bevriezen
-
Pleasen
Als iemand al gevoeliger is voor prikkels (zoals bij autisme of ADHD), kan trauma die gevoeligheid versterken.
Het goede nieuws
Herstel is mogelijk. (sterk afhankelijk van individu)
Belangrijk is:
-
Erkenning dat beide dingen tegelijk kunnen bestaan
-
Therapie die rekening houdt met neurodiversiteit
-
Veiligheid opbouwen vóór diep traumawerk
-
Leren herkennen: wat is mijn neurotype en wat is trauma?
Soms vermindert “ADHD-achtig” of “autistisch” gedrag zodra trauma behandeld wordt.
En soms blijft het neurotype natuurlijk gewoon bestaan — maar zonder de extra laag van angst en schaamte.
Tot slot
Wanneer iemand autisme of ADHD heeft én CPTSD ontwikkelt, gaat het niet om “te veel diagnoses”. Het gaat om begrijpen hoe verschillende lagen elkaar beïnvloeden.
Gemaakt in chatGPT en na gecontroleert door de auteur.
Bedenk dat KI alleen een bron kan zijn voor info, maar niet altijd letterlijk over te nemen.

Reacties
Een reactie posten
Bedankt voor je reactie